Marja staat te leunen tegen de muur van de kleine, en slecht onderhouden, binnentuin. Ze staat ietwat ineengezakt. “Ik heb gefaald vandaag.” zegt ze hardop tegen zichzelf. Ze brengt de sigaret weer naar haar mond en neemt een diepe hijs. Ze schrikt van het genot dat ze hieraan beleeft en voelt zich schuldiger dan ze al deed. “Wat als David het ruikt?” vraagt ze aan zichzelf. Marja spreekt altijd hardop tegen zichzelf als ze nadenkt. Tenminste, als er niemand bij is, anders houdt ze zich in. Marja is ruim zes jaar geleden gestopt met roken, mede omdat haar toenmalige echtgenoot dat graag wilde. David, haar huidige man, kent haar niet eens als roker. Ze heeft er onlangs nog met een vriendin over gepraat, over de drang naar het roken die meer en meer terugkwam. Marja’s vriendin dacht dat het door haar nieuwe baan kwam. Nu Marja minister geworden was, stond ze namelijk steevast onder druk én in de publieke belangstelling. Het is ook niet bepaald een leuke tijd om minister te zijn, met al die bezuinigingen. Marja zucht. Ze kijkt naar het pakje sigaretten dat uit haar open handtas steekt. Het is niet eens haar merk. Dat hadden ze niet bij de kiosk om de hoek, dus had ze maar een ander merk gekozen. Ze moest roken, kon de drang niet langer uitstellen. Nu de plannen die zij had volledig van tafel waren geveegd door de oppositie kon ze écht niet anders meer. Ze zucht nogmaals en gooit wat nog resteert van haar sigaret in de daarvoor bestemde bloempot. “Zo eerst mijn tanden poetsen” zegt ze tegen zichzelf en ze stapt weer naar binnen.